GROEPEN & ZONES


Groepen
Zone Categorie Aanwezigheid van Explosiegevaarlijke omgevingen
Groep II inrichting
zone 0 categorie 1 G Permanent aanwezig
gedurende lange periodes
zone 20 categorie 1 D

zone 1 categorie 2 G Waarschijnlijk
niet aanwezig (normaal gebruik)
zone 21 categorie 2 D

zone 2 categorie 3 G # Gelegenheids- of voor kortere periodes
(nooit bij normaal gebruik)
zone 22 categorie 3 D

Groep I inrichting
categorie M 1 Aanwezigheid (methaan, stof)

categorie M 2 Risico van de aanwezigheid van (methaan, stof)

back to top of page
Zones
Gevaarlijke omgevingen voor Groep II worden verder onderverdeeld in zones. Deze zones zijn gerelateerd aan de verwachte kans op het ontstaan van een explosiegevaarlijke atmosfeer. Deze zones worden gedefinieerd als:
Gas
Kleur Zones Aanwezigheid van gas
0
Permanent aanwezig (gedurende lange periodes)
1
Waarschijnlijk niet aanwezig (normaal gebruik)
2
Bij gelegenheid aanwezig (voor kortere periodes - nooit bij normaal gebruik)
N.B.: Bijgaande schets is ter illustratie opgenomen en mag in geen geval als model of leidraad woren gebruikt voor het ontwerp van een reële installatiers; hiervoor is de opdrachtgever verantwoordelijk.
Stof
Kleur Zones Aanwezigheid van stof
0
Permanent aanwezig (gedurende lange periodes)
1
Waarschijnlijk niet aanwezig (normaal gebruik)
2
Bij gelegenheid aanwezig (voor kortere periodes - nooit bij normaal gebruik)
N.B.: Bijgaande schets is ter illustratie opgenomen en mag in geen geval als model of leidraad woren gebruikt voor het ontwerp van een reële installatiers; hiervoor is de opdrachtgever verantwoordelijk.
retour haut de page
Beschermingsmethoden
Beschermings-
type
Zones Omschrijving Symbolische voorstelling
0 1 2
"d" Checked Checked Drukvaste behuizing
De delen die de explosiegevaarlijke atmosfeer kunnen doen ontbranden zitten in een behuizing die bestand is tegen de druk die wordt ontwikkeld bij een interne explosie van een explosiegevaarlijk mengsel en die voortzetting van de explosie naar de explosiegevaarlijke omgeving voorkomt.
"e" Checked Checked Verhoogde veiligheid
Verwijst naar elektrisch materiaal met een hoge veiligheidscoëfficient. Dit materiaal is vrij van extreem hoge temperaturen en kan, bij gebruik onder normale omstandigheden, geen elektrische vonken aan de binnen- en buitenzijde ontwikkelen.
"i" "ia" Checked Checked Checked Intrinsiek veiligheid
Circuit waarin een vonk of thermisch effect, voortgebracht onder de door de norm voorgeschreven voorwaarden (normale werking en storing), geen ontsteking van een gas/lucht mengsel kan veroorzaken.
"ib" Checked Checked
"m" Checked Checked Ingegoten
Beschermingsmethode waarbij de onderdelen van elektrische apparatuur, die door vonken of verwarming tot ontsteking zouden kunnen leiden, zodanig in een stevige behuizing zijn ingegoten dat deze in een explosiegevaarlijke omgeving niet kunnen ontbranden.
"n" Checked Niet ontstekend
Beschermingsmethode waarbij de onderdelen die een explosieve atmosfeer kunnen ontsteken zijn ingesloten in een hars dat voldoende bestand is tegen omgevingsinvloeden zodat de explosieve atmosfeer niet kan worden ontstoken. Er zijn vijf categorieën: nA (niet-vonkend), nC (hermetisch afgesloten apparaat), nR (beperkt ademende behuizingen), nL (energie beperkte apparatuur en circuits) en nP (vereenvoudigde onder druk behuizing).
"o" Checked Checked Olievulling
Elektrische onderdelen welke in aanraking met explosiegevaarlijke atmosferen een ontstekingsbron kunnen vormen worden in olie gedompeld.
"p" Checked Checked Inwendige overdruk
Interne overdrukbeveiliging door middel van lucht of inert gas.
"q" Checked Checked Zandvulling
Vulling van behuizing met een fijnkorrelig vulmiddel.
filled enclosure
Beschermingsmethoden voor elektrische apparatuur voor gebruik in de aanwezigheid van ontbrandbaar stof
Beschermings-
type
Zones Omschrijving Symbolische
voorstelling
0 1 2
"tD" Checked Checked
Drukvaste behuizing
Elektrische apparatuur beschermd door de behuizing en oppervlaktetemperatuurbeperking voor gebruik in gebieden waar brandbaar stof aanwezig kan zijn in hoeveelheden die kunnen leiden tot brand- of explosiegevaar. De ontstekingsbescherming is gebaseerd op de beperking van de maximale oppervlaktetemperatuur van de behuizing en andere oppervlakken die in contact komen met stof en de beperking van stofafzetting in de behuizing door gebruik van “stofdichte”  of “stof-beschermde” behuizingen. Deze norm is niet van toepassing op elektrische apparatuur bestemd voor gebruik in ondergrondse delen van mijnen, alsmede delen van bovengrondse installaties van dergelijke mijnen die gevaar lopen door mijngas en/of brandbaar stof; er wordt ook geen rekening gehouden met eventuele risico's als gevolg van de ontwikkeling van brandbare of giftige gassen uit het stof.
"mD" "maD" Checked Checked Checked Inkapseling
Elektrische apparatuur beschermd door inkapseling volgens beschermingswijze “mD” en oppervlakte-temperatuurbeperking voor gebruik in gebieden waar brandbaar stof aanwezig kan zijn in hoeveelheden die kunnen leiden tot brand- of explosiegevaar. Beschermingswijze waarbij de onderdelen die een explosieve atmosfeer kunnen ontsteken zijn ingesloten in een hars dat voldoende bestand is tegen omgevingsinvloeden op een zodanig wijze dat een stofwolk of -laag niet kan worden ontstoken gedurende installatie of gebruik.
"mbD" Checked Checked
"iD" Checked Checked Checked Intrinsieke veiligheid
Intrinsiekveilige apparatuur bedoeld voor gebruik in explosiegevaarlijke stofwolk of stoflaag omgevingen en voor de bijbehorende apparatuur die bedoeld is voor aansluiting op intrinsiekveilige circuits die in dergelijke omgevingen gebruikelijk zijn. Van toepassing op elektrische apparatuur, waarbij de elektrische circuits zelf niet in staat zijn een explosie in de omringende brandbare stof omgeving te veroorzaken.
Beschermingsmethode voor non-elektrische apparatuur
Beschermings-
type
Zones Omschrijving Symbolische
voorstelling
0 1 2
"c" Checked Checked Checked
Constructie veiligheid
Deze norm legt productievereisten vast waarvan is bewezen dat ze veilig zijn, teneinde elke ontstekingsbron zoals wrijvings- of verwarmingsvonken te vermijden. Het is van toepassing op apparatuur waar  beweging en wrijving kan optreden (koppelingen, remmen, lagers, veren ...).
flameproof enclosure
retour haut de page

Temperatuurklassen
Groep I
Temperatuur < 150°C of < 450°C
volgens ophoping van koolstofdeeltjes op het materiaal
Groep II
Temperatuurklasse voor gas (G) Toelaatbare oppervlaktetemperatuur van elektrische apparatuut
T1
T2
T3
T4
T5
T6
450°C
300°C
200°C
135°C
100°C
85°C
Ontstekingstemperatuur voor stoffen
De stofontstekingstemperatuur is afhankelijk van de consistentie en aard van de stoffen. De ontstekingstemperatuur voor diverse typen stof zijn beschikbaar in referentietabellen. voorbeelden
Stoffen Ontstekingstemperatuur
Wolk Laag 5 mm
Aluminium 560°C ≥450°C
Houtskool 520°C 320°C
Koolstof (bruinkool) 380°C 225°C
# Cacao 590°C 250°C
Koffiedikbakje 580°C 290°C
Maïs 530°C 460°C
Methylcellulose 420°C 320°C
Papiervezel 570°C 335°C
Fenolhars 530°C >450°C
Polyetheen 440°C melts
PVC 700°C >450°C
Suiker 490°C 460°C
Roet 810°C 570°C
Toner 520°C melts
Graanstof 510°C 300°C
N.B.: Deze temperatuurinformatie dient als voorbeeld en kan niet als referentie worden gebruikt.
Alle informatie over groepen, beschermingstypen en temperatuurklassen dient te worden vermeld op de spoel markering